Reisverhalen ms "Lelykerk"

Reisverslag Lelykerk 1965 Hette van Baalen


Het was die avond bloedverziekend heet aan boord, afgemeerd aan de kade in de haven van Basrah. Als 3e Stuurman kreeg ik de avondwacht, de rest ging ‘stappen’ op zoek naar? Zelf dacht ik, go ahead, je vindt hier alleen maar woestijnratten, geiten en een stoffige kroeg!‘Bij dek- en brandronden alles wel’, moest ingevuld worden in het havenjournaal, dus liep ik eerst mijn dekronde. Over de gangway zag ik iets zwarts op vier poten aan boord komen dat was een HOND, dat kon niet missen! Op de vraag mijnerzijds of zij of hij (want dat kon ik toen nog niet zien) zich kon legitimeren liep de hond door richting kombuis (niks mis met de neus dus). Chop-chop, eerst eten met die hap, zeker weten! Daarna achter mij aan richting brug en vervolgens naar mijn warme hut. ‘Plof’ hond sliep op=op! Ver na middernacht kwamen de ‘stappers’ terug. ‘Nog iets speciaals gebeurd?’ vroeg de eerste Stuurman. Ja, zei ik, wij hebben een passagier aan boord gekregen, slaapt in mijn hut. Stuurman Limonard was wel wat gewend maar nu keek hij mij berispend aan, mee naar mijn hut en daar zag hij ‘liggend op het VNS-tapijt’ een tevreden slapende hond! Zij – dat hadden we toen snel door – voer de volgende dag als ‘opstapster’ (zonder monsterboekje) gewoon mee naar de volgende loshaven te weten Koeweit. De Chef-Kok zorgde voor ‘de hap’ en de hond liep ook zeewacht mee op de brug! Op volle zee in de Arabische Golf, naar de Golf van Kutch, vond ik dat de hond een naam moest hebben. ‘Ploet’, zei de eerste Stuurman en tot vandaag ben ik hem daar dankbaar voor (want onze hond heet ook Ploet). Ploet aan boord werd dikker en dikker en dat kwam echt niet alleen door de lekkere happen van de Chef-kok, Ploet was namelijk in ‘blijde verwachting!’ Varend door de Indische Oceaan op weg naar Suez werden 7 puppies geboren, met moeder en kinderen alles wel. Elke morgen om vier uur (zelf liep ik toen de hondenwacht van 0-4 uur) kwam Ploet boven in het kielzog van de eerste Stuurman die de ‘puppies’ in zijn armen hield (een gouden driebander met ‘zwart’ volk in de armen, dat beeld zal ik nooit vergeten) en die alle zeven kleintjes op de tafel, kaartentafel en lessenaar op de brug drapeerde; moeder keek toe en zag dat het goed was, zelf ging ze achter de draaiende radar zitten, een dubbele bemanning!De thuisreis werd Vlissingen; een godsgeschenk. Iedereen die daar afmonsterde nam ‘stiekem’ een puppy mee onder zijn burgerkloffie, meesterlijk. De havenpolitie heeft nooit iets gezien, of?Als ik nu, zoveel jaar later, met mijn vrouw en onze Ploet de dijk in Groenekan afwandel zie ik ‘haar’ nog de gangway opkomen. Ze is al lang dood, maar de naam Ploet blijft bestaan, Stuurman Limonard bedankt!


Lampie Lelykerk, varend in de HPGL   H.W. van Baalen


Ons schip voer die avond en nacht door het Suez-kanaal, ‘south bound’. Overdag bloedheet, de Bittermeren, en ’s nachts bar koud; dat is het verraderlijke, die afkoeling.
De Arabische loods zat prinsheerlijk op de brug op de speciale hoge stoel en de schijnwerper op het voordek bescheen beide oevers… in konvooi. Indrukwekkend! Ik genoot altijd van die doorvaart ’s nachts door het Suez-kanaal maar menigeen verafschuwde deze lange uren. Als stuurman op de brug en in de machinekamer beneden Wtk Kees Draaijer (die aan boord op technisch gebied alles uitgevreten had wat verboden was) maar voor mij was die Wtk een genie… hij had dan ook niet voor niets de bijnaam ‘LAMPIE’ gekregen (zoals het assistentje van de stripfiguur Willie Wortel).
De Arabische loods vond dat het Suez - zoeklicht iets hoger en breder moest schijnen, dus probeerde ik via de draaitelefoon (we hadden toen nog geen walkietalkie) Wtk Draaijer op de bak te bereiken…geen gehoor! Het was bar koud die avond en ik dacht, als wachtdoend stuurman, die vent voor op de bak is vast bevroren of you never know.‘Kapitein’ vroeg ik, mag ik even naar voren, ik krijg geen contact. Goed, stuurman, en daar ging ik als een speer de trappen af, het donker in, rennend over het stuurboorddek naar voren, trap op naar de bak, langs het ankerspil en riep ‘Kees, Kees’. No reply. Zie je wel, dacht ik, hij is bevangen door de kou… maar ik had geleerd ‘zoekt en gij zult vinden’… dus zoeken stuurman! Uiteindelijk vond ik de beste man, hij zat heerlijk warm onder de bak, verscholen tussen de trossen, wintercoat aan, met een thermoskan koffie! Hij keek mij stomverbaasd aan. Kees, zei ik, potver… ik dacht dat je dood was. Nee hoor, zei hij heel laconiek, ik zit hier best!… Naar boven zei ik, ‘het licht staat niet goed’ volgens die Arabier op de brug. ‘No problem’, zei Kees en de lichtspreiding werd veranderd.
Terug op de brug kreeg ik een compliment van de loods en het schip vervolgde haar weg door het Suez-kanaal. Ik ben op mijn ‘dek- en brandronden’ nog even naar voren geweest, nu rechtstreeks onder de bak en daar lag Lampie heerlijk te slapen op de trossen, als kampeerbedje, en een stuk zeildoek als kussen! Ik heb toen niets meer gezegd, ja hij ademde, godzijdank en ik kon later op de brug met een gerust hart invullen ‘ALLES WEL’!


TERUG